dinsdag 26 mei 2015
Pasen, Pinksteren en de heilige Geest
Pasen en Pinksteren liggen alweer achter ons; de tijd dat we met aandacht mogen stilstaan bij het
nieuwe leven van de Geest die in ons geboren wil worden en op Wie we ons leven
in toenemende mate mogen leren afstemmen. Stilstaan bij de grote doorbraak die
dit mogelijk maakte en die Jezus Christus heeft bewerkstelligd door het offer van
Zijn aardse leven voor ons te brengen.
De heilige Geest: Gods unieke beeld in ieder van ons
Door het offer dat Jezus voor ons bracht, kon de heilige Geest weer volop in ons
geboren worden. Daarmee werd de oorspronkelijke orde herstel. We kunnen niets
doen om deze Geest met onze inspanning en wilskracht te verdienen. We kunnen
niet ons best ervoor doen; we kunnen Hem slechts heel eenvoudig aanvaarden. En
dat is een groot verschil.
De heilige Geest is de dimensie die onze geest en ziel overstijgt. Het is de
innerlijke vlam die zowel het licht van de wijsheid als de warmte van de liefde in
zich draagt en die een afspiegeling van de Allerhoogste is. Iedereen kan dus een
uniek beeld van God in zich meedragen. In deze Geest krijgt God in ieder
geschapen wezen een persoonlijk gezicht. In die zin kan God een persoonlijke
reflectie in ieder schepsel zijn. Met andere woorden: we mogen God ervaren zoals
we dat zelf willen. Die vrijheid hebben we.
Het is deze zuivere onvoorwaardelijke goddelijke liefde die onze geest, ons
bewustzijn, geestelijk levend maakt. In het dragen van dit licht vinden wij van
oorsprong onze diepste vervulling. We zijn daardoor volkomen één met die liefde,
die onvoorwaardelijk is.
Laten we daarbij stilstaan: Dat God werkelijk onvoorwaardelijke liefde is en geen
veeleisende God waar we bang voor zouden moeten zijn. Dit oude beeld zit
misschien dieper in ons verankerd dan we aanvankelijk in de gaten hebben. Daarom
is het zo belangrijk dat we stilstaan bij het beeld dat wij van God in ons
meedragen.
Bron: Goed Nieuwsbrief
woensdag 8 april 2015
We dragen het leven van de heilige Geest in ons dat door ons geloof tot leven wordt gewekt.
Een graankorrel die sterft in de aarde…
Jezus gebruikte veel voorbeelden uit de natuur om grote
spirituele levensvragen te beantwoorden. Om de betekenis van de dood te
verduidelijken, gebruikte Hij het voorbeeld van een graankorrel die eerst moet
sterven om later vrucht te kunnen dragen:
‘Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de
aarde valt en sterft,
blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt
hij veel vrucht.’
(Johannes 12:24, Nieuwe Bijbelvertaling)
Als je een graankorrel niet in de aarde stopt, maar
bijvoorbeeld op je nachtkastje laat liggen in de hoop dat het er morgen meer
zullen zijn, zul je bedrogen uitkomen. Die ene graankorrel blijft slechts één
graankorrel. De levenskern die in de schil van de korrel verborgen ligt, zal
verborgen blijven. De graankorrel zal zo geen vrucht dragen; zijn toestand
blijft hetzelfde. Het innerlijke leven komt er niet uit.
Maar stoppen we de graankorrel in de aarde, waarin de schil
zacht wordt en hij tot op zekere hoogte afgebroken wordt en vocht in zich
opneemt, dan zal het leven van de kern doorbreken en zal hij vrucht gaan
dragen.
De dood van de graankorrel is noodzakelijk om in de kern tot
leven te komen. Zo is het ook met ons, mensen. Als mens zijn wij die graankorrel,
omgeven door een schil waaronder het ware geestelijke leven verborgen zit. Ons
menselijk ik is beperkt en zal dat ook blijven, zolang we hier op aarde leven.
Ons kleine ikje is slechts drager van iets dat veel groter en wezenlijker is.
We dragen de heilige Geest van God in ons mee en het is de bedoeling dat die in
ons leven gewekt wordt.
Dat leven van de heilige Geest is volmaakt; het draagt de
‘volheid van Christus’ in zich mee. Want doordat Jezus Christus voor ons op
aarde is gestorven, is die kern in ons tot leven gewekt als we dit werkelijk
geloven. In die zin sprak Jezus ook over zichzelf, toen Hij het over het
sterven van de graankorrel had. Want Zijn dood heeft een nieuwe dimensie in ons
opgewekt. Er is een schil doorbroken die deze kern in ons omhulde. De volheid
van de Geest, die enkel liefde is, kan weer onvoorwaardelijk in ons doorbreken.
Zolang we mens-zijn is dit leven lang niet altijd zichtbaar. Ons oude ik omgeeft
het licht van de heilige Geest. Maar als we eenmaal gestorven zijn, zal die
oude schil wegvallen en zullen we één met deze Geest zijn. Dan zal Zijn licht
onze hele geest en ziel doorstralen en zijn we thuis in de hemel, die zowel
onze herkomst als onze bestemming is. Het is goed daarbij stil te staan. Dat we
dit leven van de heilige Geest nu al in ons meedragen en dat het door ons
geloof tot leven is gewekt. En dat we na de dood de volle oogst te zien zullen
krijgen; iets waarvan ons nu nog veel ontgaat. In die zin draagt de dood een
grote belofte in zich mee. Een belofte die ons troost en hoop wil bieden…
De aanwezigheid van de heilige Geest draagt enerzijds een
belofte voor de toekomst in zich mee. Anderzijds wil dit ons ook iets over het
nu zeggen. Het is belangrijk dat we ervoor waken dat we niet teveel met ons
denken in het verleden of de toekomst gaan zitten, maar in het nu blijven. En
nu is deze Geest in ons aanwezig.
De vraag is nu: waar identificeren we ons mee? Met de schil,
ons beperkte en breekbare mens-zijn? Dan zal dat ons beperkte zelfbeeld
bepalen. Of met onze geest – de kern wie wij zijn - als drager van de heilige
Geest?
Door ons met die laatste te identificeren dringt het besef
steeds sterker tot ons door dat we ons beperkte mens-zijn niet zijn, maar dat
we die als schil, als laag om ons heen dragen. En in het sterven mogen we dat
loslaten.
En, zoals de engelen dat zeggen: in de dood gaat niets
wezenlijks van ons verloren.
Dat die gedachte ons tot troost mag zijn…
Uit de Goed Nieuwsbrief
zondag 5 april 2015
Goede vrijdag en Pasen
Men zegt: 'als Jezus nu geleefd had, zouden we Hem weer gekruisigd hebben.'
Bij Jezus' geboorte werd het landschap verlicht door een stralend licht. Er verscheen een schitterende wezen, een engel.
Jezus genas mensen en gaf ons raadgevingen hoe wij moeten leven om het goed te hebben en maakte de weg voor ons vrij om na ons aards bestaan weer naar onze oorsprong terug te kunnen keren. Hij deed alleen maar goeds, en toch werd hij gekruisigd.
Toen Jezus stierf werd het donker op heel de aarde.
Op de derde dag na zijn kruisiging stond Jezus op uit de dood.
Er zijn parallellen in het leven van Jezus en Bruno Gröning (1906-1957). Bruno noemde zich de kleine dienaar van God.
De vroedvrouw, die bij de geboorte van Bruno was schrok bij het bed van de moeder en kon slechts uitbrengen: 'ik zie een zonnestraal die moeder en kind met een bijzondere helderheid overstraalt.'
Bruno Gröning was zich van zijn missie bewust. Hij sprak over God en zei: 'ik weet niet veel, maar ik weet wat jullie niet meer weten.' En: 'ik repareer de brug en wijs je de weg hoe je weer naar God terug kunt keren.' Waar hij ook sprak ontstonden bijbelse taferelen: doven konden horen, blinden zien en verlamde mensen lopen. Er waren dagen dat wel 30.000 mensen toestroomden
Ook Bruno had een Judas in zijn gezelschap: Otto Meckelburg, die zich opgeworpen had als zijn 'manager'. Deze vroeg aan de vader van een ziek meisje geld voor zijn bemiddeling en beloofde dat Bruno het meisje zou genezen. Bruno heeft altijd gezegd dat hij niet geneest, maar dat God geneest. Daarom vroeg hij ook nooit geld, hij leefde heel arm. Bruno had al gezien dat het meisje niet genezen zou. Het kwam tot een proces.
Bruno werd in eerste en in tweede instantie vrijgesproken maar hem werd wel een genezingsverbod opgelegd omdat hij niet over de benodigde diploma's beschikte (sic), ondanks dat de psycholoog Prof. Josef Hohmann stelde: 'Bruno Groning heeft niets met diploma's te maken, wat hij werkelijk doet is het werk van een apostel, hij predikt. Moet je dan priesters en ziekenbezoekers ook straffen?' Dr. med. Wilhilm Beyer verklaarde: 'een werktuig van een hogere macht te zijn, dat is echte religiositeit.' De stellingname van de evangelische bisschop Dr. Hermann Kunst die in de commissie plaatsnam was: 'de rechtszaak met de heer Gröning is daarom zo goed als volkomen zinloos, omdat de heren medici de heer Gröning onder de categorie en in het vocabulaire van de traditionele gezondheidszorg aanspreken.' Doordat Bruno niet meer in het openbaar mocht spreken werd hij ziek.
Op 22 januari 1959 kwam het uiteindelijk bij van het Hof van Beroep op een herziening van het proces want Bruno wilde de uitspraak aanvechten dat hij met onmiddellijke ingang moest stoppen. Hij kon echter niet meer zelf bij de rechtspraak aanwezig zijn. Op precies hetzelfde tijdstip moest hij in Parijs een noodoperatie ondergaan. Josette, zijn vrouw schrijft:
'bijzonder is ook het volgende natuurverschijnsel. De 22ste, toen mijn man nog onder narcose lag, verduisterde een plotseling over Parijs uitgebroken onweer met bliksem en donderslagen de vrolijke en heldere dag. De verpleegster sprak haar verbazing over het heftige onweer uit.'
Bruno Gröning stierf op 26 januari 1959 om 13.46 uur in Parijs.
Hij zei vaak dat dit zijn gelukkigste ogenblik zou zijn, wanneer hij het lichaam eindelijk verlaten en thuiskomen mag, bij zijn Vader.
Hij zei ook: 'Naar God's wil zal alles geschieden, ook als ik niet meer bij jullie ben. Het lichaam zal men in de aarde leggen, maar ik zal niet dood zijn. Voor wie mij zal roepen zal ik komen en ik help verder.'
Op 24.4.1959, dus drie maanden na de aardse dood van Bruno
Gröning, sprak hij in een kring waarvan de ernst en betrouwbaarheid buiten kijf staat.
Bruno Gröning werd hierbij niet alleen gehoord maar ook duidelijk gezien
in zijn stralingslichaam.
We
willen er echter nadrukkelijk op wijzen, dat het niet gaat om een spiritistische kring. Bruno
Gröning werd veel meer in een zuiver lichtende toestand gezien.
vrijdag 27 februari 2015
Voorspellingen van Bruno Gröning
Bruno Gröning zei eens:
Begrijpelijk dat er toen, in 1956, onder de aanwezigen een ongemakkelijke stilte viel, als men rekening houdt met het feit dat we leefden op het toppunt van de koude oorlog; het gehoorde klonk ons rijkelijk fantastisch in de oren. Voor ons Oostenrijkers was op dat moment een unie met Duitsland - zelfs niet in het kader van een verenigd Europa - nauwelijks voor te stellen.
Bron Alfred Hosp 'Kräfte des Geistes blz 121-123'
'Ook de situatie in de wereld wordt door God bestuurd; alleen dat wordt toegelaten wat de mensen tot lering dient.
Maar geloof me, het goede zal uiteindelijk zegevieren, want zoals het er nu in Europa uit ziet blijft het niet. In de toekomst zal het communisme verdwijnen en ook het ijzeren gordijn en andere beperkingen zullen wegvallen.
De jongeren onder u zullen ook het verenigd Europa met een gemeenschappelijke munt meemaken.
Ja vrienden, want dan is er noch Mark noch Schilling of Frank! In elk Europees land zal men met dezelfde munt kunnen betalen.
Op een dag zal het vanzelfsprekend zijn dat alle mensen die hier wonen alleen worden omschreven als Europeanen en zich ook zo zullen voelen.
Maar dat is niet alles. Later besluit uiteindelijk de mensheid, na vele bittere ervaringen, om een wereldregering te vormen waarvan de met alle bevoegdheden voorziene internationale interventiemacht ervoor zal zorgen dat elk dreigend conflict in de kiem gesmoord wordt.
Op deze manier leren de mensen om hun meningsverschillen in liefde, met goedheid en wijsheid op te lossen.
Dus als de leer van Christus, dat wil zeggen geweldloosheid, wereldwijd toegepast zal zijn, is de tijd aangebroken die overeenkomt met de wens van God. '
Begrijpelijk dat er toen, in 1956, onder de aanwezigen een ongemakkelijke stilte viel, als men rekening houdt met het feit dat we leefden op het toppunt van de koude oorlog; het gehoorde klonk ons rijkelijk fantastisch in de oren. Voor ons Oostenrijkers was op dat moment een unie met Duitsland - zelfs niet in het kader van een verenigd Europa - nauwelijks voor te stellen.
Bron Alfred Hosp 'Kräfte des Geistes blz 121-123'
woensdag 11 februari 2015
Landelijke voorjaarsbijeenkomst
Uitnodiging
Voorjaarsbijeenkomst
Zondag 29 maart 2015 aanvang 14.00 uur
Welkom vanaf 13.30 uur met koffie en thee
Bethelkerk, Maaspoort 30, 6001 BP Weert
Vanaf A2 afslag Kelpen en dan weg tot aan de Maaspoort volgen (Steeds rechtdoor)
10 minuten lopen vanaf het station.
Klik hier voor de routebeschrijving.
Stichting voor Psychische-, Geestelijke-, en Natuurlijke Levensprincipes
zaterdag 31 januari 2015
Zit het met erfelijkheid heel anders dan we dachten?
Marianne Rots hoogleraar moleculaire epigenetica aan het Universitair Medisch Centrum Groningen over erfelijkheid:
Ze spreekt over een concert van onze genen. Die staan niet alleen aan of uit, maar kunnen ook luid schreeuwen of juist fluisteren. .
´In 2000 was er de ‘schets van het boek des levens’. Voor het eerst was de volgorde van ons hele DNA beschreven. De hoop was om de posities in het genoom te vinden die ziektes zoals kanker en diabetes voorspellen. Dat kan door het DNA van patiëntengroepen te vergelijken met het DNA van mensen die die ziekte niet hebben.
Maar dergelijke ‘markers’ voor erfelijke aanleg terugvinden in het genoom lukte niet goed. Dus was de vraag: waren ze er niet, of keken we niet goed?”
Er speelt ook iets anders. Van dat hele genoom bleek uiteindelijk maar 1,2 procent de blauwdruk te zijn met de codes voor eiwitten. Dat is maar een heel klein stukje van die drie miljard bouwstenen die ons DNA bevat. In de rest van het DNA zitten allerlei regulerende mechanismen.
Op het hele genoom zitten wat ik maar even vlaggetjes noem, die signaleren of een gen aan of uit moet, en ook of het harder of zachter moet ‘werken’.
Je genen-set is waarmee je geboren wordt, maar allerlei omgevingsfactoren beïnvloeden welke genen harder of zachter aanstaan. Daar gaat wel eens iets mis, en dat kan resulteren in ziekten zoals kanker.
Bij mannen die voor hun veertiende hebben gerookt, bijvoorbeeld, verandert er iets aan hun erfelijk materiaal, wat ze later kunnen doorgeven aan hun kinderen. Maar de nadruk ligt steeds op nadelige effecten die doorgegeven worden, je kunt veranderingen ook zelf terugdraaien.´
Tot zover de Paradiso lezing in mei 2013 van Prof. Dr. Marianne Rots over epigenetica.
63 jaar eerder zei Bruno Gröning in eenvoudige bewoordingen over erfelijkheid:
´Als u de een of andere aandoening heeft, dan stelt u zich voor of u verbeeldt zich dat u de een of andere ziekte zou hebben. Ik zou u dat haarfijn kunnen verklaren, maar het neemt te veel tijd in beslag.
Een feit is dat u uzelf de ziekte suggereert en hiervan dan niet meer loskomt. De mens fotografeert met zijn ogen, hij is een fototoestel dat deze beelden in een archief vastlegt. De mens is zo goed geschakeld, heel natuurlijk, dat wat hij jaren geleden gezien heeft, zich weer voor de geest kan halen. U heeft hetzelfde beeld weer voor ogen. U heeft het immers gefotografeerd en het blijft als u daar waarde aan hecht; als dat niet zo is, of als de geest zwak is, dan kan het voor altijd verdwijnen, dan is de centrale niet in orde, waardoor het toestel het niet zo precies kan opnemen.
En nu gebeurt er iets. Moeder heeft een maag- en darmkwaal gehad. Ze heeft over deze of een andere pijn bij haar kinderen geklaagd. Ja, ze sterft, sterven moeten wij mensen allemaal, ik ook. Het ene kind groeit op en krijgt ook pijn, ineens maag- en darmpijn. Doodsoorzaak van de moeder volgens de overlijdensakte, was kanker! Het kind groeit op: “Datzelfde, dat had moeder, dat heb ik ook, moeder is aan kanker gestorven, dan zal ik dat ook hebben”. Het is nog niet eens kanker, maar hij schakelt op dit orgaan, schakelt op ziekte. Als hij nu van deze gedachte niet loskomt, dan krijgt hij werkelijk kanker, omdat het orgaan immers vanuit de centrale, vanuit het achterhoofd, waar alle zenuwbundels door het lichaam trekken, aangesproken wordt. Hij schakelt op de maag, vanzelfsprekend gaat dat erdoor, legt zich op dit orgaan, hij schakelt kanker. Het orgaan wordt daarop geschakeld, de zenuw werkt niet meer, er is geen leven mee in, er ontstaat een knagen - de kanker knaagt immers ook, daarom heet het kanker* (*Kanker - Krebs - Cancer = kreeft) - en het knaagt en het gebeurt inderdaad, er ontstaat kanker.´
woensdag 28 januari 2015
Bruno Gröning: ´ Er bestaan geen wonderen, er bestaat alleen een verwonderen´.
Fragmenten uit toespraken van Bruno Gröning uit 1950.
Het is geen hypnose, hypnose maakt de mensen dom.
Velen zeggen: wat Gröning doet, kan alleen maar hypnose zijn.
Bij een massa-genezing is het meestal hypnose. Anderzijds zegt men dat het
suggestie zou zijn. Oh nee, ik suggereer geen enkel mens iets. Ik maak ook geen
enkel mens dom, want door hypnose wordt de mens dom gemaakt. Het is immers zo dat de mens in een hypnotische toestand leeft, dat heb ik geweten als
klein kind. Satan heeft de mens in een dergelijke toestand gebracht, zodat hij
niet meer deze ware goddelijke weg vindt. En ik maak deze brug open die hij
afgesloten heeft en deze brug is klaar, zodat u daarboven op de goddelijke weg
komt. De zieke staat onder mijn bescherming, de zieke staat onder goddelijke
bescherming voor zover hij hulp en genezing wil hebben.
En suggestie is ook juist, maar niet zo dat ik de mens iets
opleg. Nee, de mens is zo misvormd dat hij bij zichzelf suggestie toepast. Als
u de een of andere aandoening heeft, dan
stelt u zich voor of u verbeeldt zich dat u deze of gene ziekte zou hebben. Ik zou u dat haarfijn kunnen verklaren,
maar het neemt te veel tijd in beslag. Een feit is dat u uzelf de ziekte
suggereert en hiervan dan niet meer loskomt. De mens fotografeert met zijn
ogen, hij is een fototoestel dat deze beelden in een archief vastlegt. De mens
is zo goed ingesteld, heel natuurlijk, dat wat hij jaren geleden gezien heeft,
zich weer voor de geest kan halen. U heeft hetzelfde beeld weer voor ogen. U
heeft het immers gefotografeerd en het blijft als u daar waarde aan hecht; als
dat niet zo is, of als de geest zwak is, dan kan het voor altijd verdwijnen,
dan is de centrale niet in orde, waardoor het toestel het niet zo precies kan
opnemen.
1950 –31 aug. bij Enderlin te München.
Er bestaan geen wonderen, er bestaat alleen een verwonderen.
Ik geloof met stelligheid te zeggen dat u mij al uw zorgen,
al uw lijden overdraagt. Ja, ook zorgen. Hoe ik hiermee klaar kom, is mijn
zaak! Ik heb al zo veel opgenomen en ik kan er nog meer bij nemen. Het komt ook vaak zo sterk dat u, als u tot nu toe geen pijn
had, pijn krijgt. Niet dat de mensen onder hypnose gebracht worden. U bent allen
al onder hypnose, omdat u het menselijke instinct verloren heeft. Mensen die
zwaar ziek zijn, misschien vanaf de geboorte, kan het zo sterk aangrijpen dat
ze flauwvallen. Ik heb al veel gevallen gehad, waar daadwerkelijk alles
stilstond, ook de onrust, het hart. Maar de omslag komt! Dat geeft een schok,
een siddering, dan installeert zich het nieuwe. Het werkt, maar niet eer ik het
aanpak. Hoofdzaak is, dat u daarna gezond wordt. Maar het is geen hypnotische
toestand, nee! Mag ik vragen wie pijn heeft? Wat is nu in uw lichaam?
Net zoals wij van wonderen spreken. De mens zegt altijd, het
is een wonder. Nee er bestaan geen wonderen, er bestaat alleen een verwonderen.
En alles wat u nu ondergaat, vat dat alstublieft niet als een wonder op.
Verwondert u zich alstublieft nog een beetje, dat hindert niet.
Hypnose
Hypnose is het kwade. Dat mag de mens nooit aanwenden. Ik oefen geen suggestie uit, iedereen heeft de vrije wil. Overtuigt u zich van alles zelf aan uw eigen lichaam!
Bruno Gröning
Abonneren op:
Posts (Atom)



