vrijdag 28 augustus 2015
Gebed
Lieve God,
Help mij te luisteren met mijn hart,
zodat ik Uw stem kan verstaan,
woordeloos misschien, als een bezielend weten.
Help mij onderscheid te maken
tussen mijn aardse denken en emoties
en de intuïtieve geest in mijn binnenste.
Dat ik vanuit mijn hart Uw wil mag verstaan
en mijn verstand de nederige dienaar mag zijn
van Uw Geest die eeuwig in mij leeft.
Amen
Uit Goed Nieuwbrief
dinsdag 14 juli 2015
Bruno Grönings jonge jaren, zijn eerste bijzondere daden en voorspellingen
Fragmenten uit de familiegeschiedenis door Georg Gröning, oudere broer van Bruno
Gröning.
Onze vader August Gröning was een
rechtschapen, gelovig en eerlijk ambachtsman, voorman in de bouw, die in
zijn werk bij diverse bouwondernemingen in hoog aanzien stond en een prima
reputatie genoot.
Onze moeder Margarete stamde
eveneens uit een ambachtsfamilie familie van hoog aanzien.
Hoe rijk en vol zegeningen was het leven van mijn ouders, vergelijkbaar
met een stroom, machtig en sterk, ja edel en overvloedig aan moois.
Iedere keer als ik naar vreemde
mensen kijk vraag ik me af ‘wat was dat heerlijke, het bijzondere, wat mijn
ouders verenigde? Wat was dat sublieme dat mijn ouders hadden?’
We waren met zijn zevenen, vijf
broers en twee zussen. Onze broer Bruno
leefde zeer teruggetrokken en was van jongs af aan een einzelgänger, op zijn
manier een zonderling. Alleen als er iets bijzonders was, bijvoorbeeld een
verjaardag in de familie of een heilige communie, dan was Bruno aanwezig en dan
wij hij er ook voor de volle 100 procent
bij.
![]() |
| Bruno Gröning is de derde van links |
Al van kleins af aan kwam telkens
het thema Bruno onder de aandacht. Steeds weer scheen het een bijzonder
voorteken: ‘de kleine Bruno in de armen van de moeder’.
De vroedvrouw, een oudere vrouw die
ik nooit vergeten zal, zei herhaaldelijk: ‘wat is dat toch met jullie familie.’
Ze schrok zelfs terug van mijn moeders bed en zei: ‘ik zie een zonnestraal die
moeder en kind met een bijzondere
helderheid verlicht.’
Bij familiefeesten was het een gevleugelde uitdrukking wanneer de
gelegenheid zich daarvoor bood. Vader werd er onrustig en angstig
van en hij vluchtte in zijn bezorgdheid in de armen van de geestelijke die
jaarlijks bij bepaalde plechtigheden, zoals de katholieke kerk voorschrijft, bij
ons thuis kwam.
Nog een gebeurtenis staat me ook
nu nog helder voor de ogen.
Ik was nauwelijks 3 jaar, mijn
broer Bruno ongeveer 9 maanden. Onze woning was op de eerste verdieping. Wij
lagen tegen 6 uur ‘s avonds al in bed, terwijl mijn oudere zus en broer
ongeduldig op de uitkijk naar mijn vader op het balkon stonden. Toen ze onze
vader zagen aankomen verloren beiden, Maria en Karl, van louter opwinding hun
evenwicht en vielen van het balkon in de voortuin, zonder noemenswaardige
schade op te lopen. Hun beschermengel
had beiden zo zachtaardig laten vallen, dat zij het ijzeren tuinhek in de
voortuin niet raakten, maar met wonderbaarlijk geluk in de armen van hun
naderende vader terechtkwamen. Het gebeurde met zo’n snelheid dat niemand in de
woning er iets van gemerkt had, tot mijn broer Bruno, die toentertijd nog niet
kon spreken, impulsief begon te huilen en toen mijn moeder verscheen op
onbegrijpelijke wijze naar het balkon wees. Mijn moeder rende naar het balkon
en zag wat er gebeurd was. Ze kon zich ervan overtuigen dat de beide kinderen
Maria en Karl ongedeerd waren en veilig in de armen van hun vader van de schrik
bekwamen.
Dat was de eerste daad van Bruno
Gröning waarvan de grootheid pas later tot ons doordrong.
We bezochten allemaal de
katholiek Volksschule in Danzig-Oliva. Bruno was een goede gemiddelde leerling, hoewel hij aan bepaalde spelen
niet meedeed, hij ging zo zijn eigen weg. Zijn lievelingen waren de dieren, waaraan hij van jongs af aan al
bijzondere aandacht schonk.
Toen hij acht jaar was, het was
op 29 maart 1914, bleek weer de geestelijke kennis van Bruno Gröning toen hij
voorspelde dat binnenkort oorlog zou komen, waarop onze vader deze
gedachte luchtig wegwimpelde en zei: ‘jongen, wat weet jij nou van oorlog!’ Maar
onze Bruno hield voet bij stuk.
Bruno wist meer dan wij, hij
bleef bij zijn voorspelling, hij voelde de zwaarte van de naderende tijd.
Het was zaterdag 1 augustus 1914
toen wij met de ouders van onze grootouders, bij wie wij de dag hadden
doorgebracht, naar huis gingen. Plotseling niet ver weg van ons huis, begonnen
de klokken te luiden. Ze kondigde de
mobilisering voor de opdoemende 1e
wereldoorlog 1914-1918 aan. Diep stilzwijgen alom, een nachtmerrie voor al
diegenen die het aanging, en wie ging een mobilisering destijds niet aan?
Thuis aangekomen vond vader de
oproep. Een afscheid met goede raad voor
de kinderen en troostende woorden voor moeder, die nu alleen met haar zeven
kinderen achterbleef. Op het laatste moment liep Bruno naar zijn vader en
stopte hem een klein wit onbeschreven blaadje papier in de hand en zei dat hij
wel lang weg zou blijven, maar dat hem niets zou overkomen, hij moest alleen
het papiertje bij zich dragen.
Onze moeder werd eveneens in een
wapenfabriek te werk gesteld en wij bleven onder de hoede van onze oudste zus Maria, die nu voor ons zorgde. In 1917 werd ook Maria opgeroepen zodat wij
kinderen nog meer aan onszelf overgeleverd werden.
In 1918 kwam vader ongedeerd
thuis en wij gingen volledig in Bruno’s
talisman geloven. Later zou Bruno balletjes van zilverpapier als talisman
uitdelen, zoals toen het kleine papiertje de geheime leiding en bescherming
dat vader door vier jaar oorlog leidde.
Later in 1939, aan het begin van
de 2e wereldoorlog herhaalde zich de gave met het lege stukje papier
bij alle familieleden. Deze gift werd
door ons allen gekoesterd en later zal hier nog verder op worden teruggekomen.
Onze moeder overleefde de 2e
wereldoorlog met de volledige vernietiging van alle materiële en geestelijke
waarden niet meer. Het lot had het bijzonder goed met haar voor, want ze was
hooggevoelig en had de gevolgen van een
tweede bloedvergieten en de latere tragische verdrijving niet aangekund.
Om nog nader op het persoonlijke
werk van Bruno in te gaan kan ik zeggen dat hij iedereen de helpende hand bood. Had bijvoorbeeld iemand in de familie kiespijn dan ging Bruno naar hem
toe, keek naar de kies om de pijn te doen stoppen en zo zijn eerste krachten te
testen.
In 1944 voorspelde Bruno al de
vlucht van alle grensbewoners. Toentertijd dacht nog niemand aan vluchten en
dat idee leek ons onwaarschijnlijk.. Inderdaad
was in 1945 de tijd gekomen dat wij – zoals Bruno al voorspelde – ons
geboorteland moesten verlaten. Zij voorspelling was uitgekomen.
In 1947 verhuist Bruno naar Westfalen en is hij niet meer de
einzelgänger. Zieken zoeken hem op om
genezing te vragen. In 1949 is zijn grote doorbraak in het openbaar.
woensdag 1 juli 2015
Troostvogels
| |||
|
|
dinsdag 26 mei 2015
Pasen, Pinksteren en de heilige Geest
Pasen en Pinksteren liggen alweer achter ons; de tijd dat we met aandacht mogen stilstaan bij het
nieuwe leven van de Geest die in ons geboren wil worden en op Wie we ons leven
in toenemende mate mogen leren afstemmen. Stilstaan bij de grote doorbraak die
dit mogelijk maakte en die Jezus Christus heeft bewerkstelligd door het offer van
Zijn aardse leven voor ons te brengen.
De heilige Geest: Gods unieke beeld in ieder van ons
Door het offer dat Jezus voor ons bracht, kon de heilige Geest weer volop in ons
geboren worden. Daarmee werd de oorspronkelijke orde herstel. We kunnen niets
doen om deze Geest met onze inspanning en wilskracht te verdienen. We kunnen
niet ons best ervoor doen; we kunnen Hem slechts heel eenvoudig aanvaarden. En
dat is een groot verschil.
De heilige Geest is de dimensie die onze geest en ziel overstijgt. Het is de
innerlijke vlam die zowel het licht van de wijsheid als de warmte van de liefde in
zich draagt en die een afspiegeling van de Allerhoogste is. Iedereen kan dus een
uniek beeld van God in zich meedragen. In deze Geest krijgt God in ieder
geschapen wezen een persoonlijk gezicht. In die zin kan God een persoonlijke
reflectie in ieder schepsel zijn. Met andere woorden: we mogen God ervaren zoals
we dat zelf willen. Die vrijheid hebben we.
Het is deze zuivere onvoorwaardelijke goddelijke liefde die onze geest, ons
bewustzijn, geestelijk levend maakt. In het dragen van dit licht vinden wij van
oorsprong onze diepste vervulling. We zijn daardoor volkomen één met die liefde,
die onvoorwaardelijk is.
Laten we daarbij stilstaan: Dat God werkelijk onvoorwaardelijke liefde is en geen
veeleisende God waar we bang voor zouden moeten zijn. Dit oude beeld zit
misschien dieper in ons verankerd dan we aanvankelijk in de gaten hebben. Daarom
is het zo belangrijk dat we stilstaan bij het beeld dat wij van God in ons
meedragen.
Bron: Goed Nieuwsbrief
woensdag 8 april 2015
We dragen het leven van de heilige Geest in ons dat door ons geloof tot leven wordt gewekt.
Een graankorrel die sterft in de aarde…
Jezus gebruikte veel voorbeelden uit de natuur om grote
spirituele levensvragen te beantwoorden. Om de betekenis van de dood te
verduidelijken, gebruikte Hij het voorbeeld van een graankorrel die eerst moet
sterven om later vrucht te kunnen dragen:
‘Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de
aarde valt en sterft,
blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt
hij veel vrucht.’
(Johannes 12:24, Nieuwe Bijbelvertaling)
Als je een graankorrel niet in de aarde stopt, maar
bijvoorbeeld op je nachtkastje laat liggen in de hoop dat het er morgen meer
zullen zijn, zul je bedrogen uitkomen. Die ene graankorrel blijft slechts één
graankorrel. De levenskern die in de schil van de korrel verborgen ligt, zal
verborgen blijven. De graankorrel zal zo geen vrucht dragen; zijn toestand
blijft hetzelfde. Het innerlijke leven komt er niet uit.
Maar stoppen we de graankorrel in de aarde, waarin de schil
zacht wordt en hij tot op zekere hoogte afgebroken wordt en vocht in zich
opneemt, dan zal het leven van de kern doorbreken en zal hij vrucht gaan
dragen.
De dood van de graankorrel is noodzakelijk om in de kern tot
leven te komen. Zo is het ook met ons, mensen. Als mens zijn wij die graankorrel,
omgeven door een schil waaronder het ware geestelijke leven verborgen zit. Ons
menselijk ik is beperkt en zal dat ook blijven, zolang we hier op aarde leven.
Ons kleine ikje is slechts drager van iets dat veel groter en wezenlijker is.
We dragen de heilige Geest van God in ons mee en het is de bedoeling dat die in
ons leven gewekt wordt.
Dat leven van de heilige Geest is volmaakt; het draagt de
‘volheid van Christus’ in zich mee. Want doordat Jezus Christus voor ons op
aarde is gestorven, is die kern in ons tot leven gewekt als we dit werkelijk
geloven. In die zin sprak Jezus ook over zichzelf, toen Hij het over het
sterven van de graankorrel had. Want Zijn dood heeft een nieuwe dimensie in ons
opgewekt. Er is een schil doorbroken die deze kern in ons omhulde. De volheid
van de Geest, die enkel liefde is, kan weer onvoorwaardelijk in ons doorbreken.
Zolang we mens-zijn is dit leven lang niet altijd zichtbaar. Ons oude ik omgeeft
het licht van de heilige Geest. Maar als we eenmaal gestorven zijn, zal die
oude schil wegvallen en zullen we één met deze Geest zijn. Dan zal Zijn licht
onze hele geest en ziel doorstralen en zijn we thuis in de hemel, die zowel
onze herkomst als onze bestemming is. Het is goed daarbij stil te staan. Dat we
dit leven van de heilige Geest nu al in ons meedragen en dat het door ons
geloof tot leven is gewekt. En dat we na de dood de volle oogst te zien zullen
krijgen; iets waarvan ons nu nog veel ontgaat. In die zin draagt de dood een
grote belofte in zich mee. Een belofte die ons troost en hoop wil bieden…
De aanwezigheid van de heilige Geest draagt enerzijds een
belofte voor de toekomst in zich mee. Anderzijds wil dit ons ook iets over het
nu zeggen. Het is belangrijk dat we ervoor waken dat we niet teveel met ons
denken in het verleden of de toekomst gaan zitten, maar in het nu blijven. En
nu is deze Geest in ons aanwezig.
De vraag is nu: waar identificeren we ons mee? Met de schil,
ons beperkte en breekbare mens-zijn? Dan zal dat ons beperkte zelfbeeld
bepalen. Of met onze geest – de kern wie wij zijn - als drager van de heilige
Geest?
Door ons met die laatste te identificeren dringt het besef
steeds sterker tot ons door dat we ons beperkte mens-zijn niet zijn, maar dat
we die als schil, als laag om ons heen dragen. En in het sterven mogen we dat
loslaten.
En, zoals de engelen dat zeggen: in de dood gaat niets
wezenlijks van ons verloren.
Dat die gedachte ons tot troost mag zijn…
Uit de Goed Nieuwsbrief
zondag 5 april 2015
Goede vrijdag en Pasen
Men zegt: 'als Jezus nu geleefd had, zouden we Hem weer gekruisigd hebben.'
Bij Jezus' geboorte werd het landschap verlicht door een stralend licht. Er verscheen een schitterende wezen, een engel.
Jezus genas mensen en gaf ons raadgevingen hoe wij moeten leven om het goed te hebben en maakte de weg voor ons vrij om na ons aards bestaan weer naar onze oorsprong terug te kunnen keren. Hij deed alleen maar goeds, en toch werd hij gekruisigd.
Toen Jezus stierf werd het donker op heel de aarde.
Op de derde dag na zijn kruisiging stond Jezus op uit de dood.
Er zijn parallellen in het leven van Jezus en Bruno Gröning (1906-1957). Bruno noemde zich de kleine dienaar van God.
De vroedvrouw, die bij de geboorte van Bruno was schrok bij het bed van de moeder en kon slechts uitbrengen: 'ik zie een zonnestraal die moeder en kind met een bijzondere helderheid overstraalt.'
Bruno Gröning was zich van zijn missie bewust. Hij sprak over God en zei: 'ik weet niet veel, maar ik weet wat jullie niet meer weten.' En: 'ik repareer de brug en wijs je de weg hoe je weer naar God terug kunt keren.' Waar hij ook sprak ontstonden bijbelse taferelen: doven konden horen, blinden zien en verlamde mensen lopen. Er waren dagen dat wel 30.000 mensen toestroomden
Ook Bruno had een Judas in zijn gezelschap: Otto Meckelburg, die zich opgeworpen had als zijn 'manager'. Deze vroeg aan de vader van een ziek meisje geld voor zijn bemiddeling en beloofde dat Bruno het meisje zou genezen. Bruno heeft altijd gezegd dat hij niet geneest, maar dat God geneest. Daarom vroeg hij ook nooit geld, hij leefde heel arm. Bruno had al gezien dat het meisje niet genezen zou. Het kwam tot een proces.
Bruno werd in eerste en in tweede instantie vrijgesproken maar hem werd wel een genezingsverbod opgelegd omdat hij niet over de benodigde diploma's beschikte (sic), ondanks dat de psycholoog Prof. Josef Hohmann stelde: 'Bruno Groning heeft niets met diploma's te maken, wat hij werkelijk doet is het werk van een apostel, hij predikt. Moet je dan priesters en ziekenbezoekers ook straffen?' Dr. med. Wilhilm Beyer verklaarde: 'een werktuig van een hogere macht te zijn, dat is echte religiositeit.' De stellingname van de evangelische bisschop Dr. Hermann Kunst die in de commissie plaatsnam was: 'de rechtszaak met de heer Gröning is daarom zo goed als volkomen zinloos, omdat de heren medici de heer Gröning onder de categorie en in het vocabulaire van de traditionele gezondheidszorg aanspreken.' Doordat Bruno niet meer in het openbaar mocht spreken werd hij ziek.
Op 22 januari 1959 kwam het uiteindelijk bij van het Hof van Beroep op een herziening van het proces want Bruno wilde de uitspraak aanvechten dat hij met onmiddellijke ingang moest stoppen. Hij kon echter niet meer zelf bij de rechtspraak aanwezig zijn. Op precies hetzelfde tijdstip moest hij in Parijs een noodoperatie ondergaan. Josette, zijn vrouw schrijft:
'bijzonder is ook het volgende natuurverschijnsel. De 22ste, toen mijn man nog onder narcose lag, verduisterde een plotseling over Parijs uitgebroken onweer met bliksem en donderslagen de vrolijke en heldere dag. De verpleegster sprak haar verbazing over het heftige onweer uit.'
Bruno Gröning stierf op 26 januari 1959 om 13.46 uur in Parijs.
Hij zei vaak dat dit zijn gelukkigste ogenblik zou zijn, wanneer hij het lichaam eindelijk verlaten en thuiskomen mag, bij zijn Vader.
Hij zei ook: 'Naar God's wil zal alles geschieden, ook als ik niet meer bij jullie ben. Het lichaam zal men in de aarde leggen, maar ik zal niet dood zijn. Voor wie mij zal roepen zal ik komen en ik help verder.'
Op 24.4.1959, dus drie maanden na de aardse dood van Bruno
Gröning, sprak hij in een kring waarvan de ernst en betrouwbaarheid buiten kijf staat.
Bruno Gröning werd hierbij niet alleen gehoord maar ook duidelijk gezien
in zijn stralingslichaam.
We
willen er echter nadrukkelijk op wijzen, dat het niet gaat om een spiritistische kring. Bruno
Gröning werd veel meer in een zuiver lichtende toestand gezien.
vrijdag 27 februari 2015
Voorspellingen van Bruno Gröning
Bruno Gröning zei eens:
Begrijpelijk dat er toen, in 1956, onder de aanwezigen een ongemakkelijke stilte viel, als men rekening houdt met het feit dat we leefden op het toppunt van de koude oorlog; het gehoorde klonk ons rijkelijk fantastisch in de oren. Voor ons Oostenrijkers was op dat moment een unie met Duitsland - zelfs niet in het kader van een verenigd Europa - nauwelijks voor te stellen.
Bron Alfred Hosp 'Kräfte des Geistes blz 121-123'
'Ook de situatie in de wereld wordt door God bestuurd; alleen dat wordt toegelaten wat de mensen tot lering dient.
Maar geloof me, het goede zal uiteindelijk zegevieren, want zoals het er nu in Europa uit ziet blijft het niet. In de toekomst zal het communisme verdwijnen en ook het ijzeren gordijn en andere beperkingen zullen wegvallen.
De jongeren onder u zullen ook het verenigd Europa met een gemeenschappelijke munt meemaken.
Ja vrienden, want dan is er noch Mark noch Schilling of Frank! In elk Europees land zal men met dezelfde munt kunnen betalen.
Op een dag zal het vanzelfsprekend zijn dat alle mensen die hier wonen alleen worden omschreven als Europeanen en zich ook zo zullen voelen.
Maar dat is niet alles. Later besluit uiteindelijk de mensheid, na vele bittere ervaringen, om een wereldregering te vormen waarvan de met alle bevoegdheden voorziene internationale interventiemacht ervoor zal zorgen dat elk dreigend conflict in de kiem gesmoord wordt.
Op deze manier leren de mensen om hun meningsverschillen in liefde, met goedheid en wijsheid op te lossen.
Dus als de leer van Christus, dat wil zeggen geweldloosheid, wereldwijd toegepast zal zijn, is de tijd aangebroken die overeenkomt met de wens van God. '
Begrijpelijk dat er toen, in 1956, onder de aanwezigen een ongemakkelijke stilte viel, als men rekening houdt met het feit dat we leefden op het toppunt van de koude oorlog; het gehoorde klonk ons rijkelijk fantastisch in de oren. Voor ons Oostenrijkers was op dat moment een unie met Duitsland - zelfs niet in het kader van een verenigd Europa - nauwelijks voor te stellen.
Bron Alfred Hosp 'Kräfte des Geistes blz 121-123'
Abonneren op:
Posts (Atom)


