vrijdag 29 januari 2016

De laatste drie maanden van Bruno Grönings leven




November 1958 merkt Josette Gröning dat haar man binnen kort tijd sterk vermagert.  Dr. Pierre Grobon,, een bevriend arts uit Parijs, dringt erop aan om zich direct te laten onderzoeken. Maar al voor hij naar Parijs vertrekt zegt Bruno Gröning tegen zijn vrouw dat niemand hem kan helpen. Hij weet wat er zich in zijn lichaam afspeelt.

Naar aanleiding van röntgenfoto’s stelt Dr. Grobon de diagnose maagkanker in vergevorderd stadium Hij wil direct opereren, maar Bruno Gröning weert dat af omdat hij nog dringend in Duitsland te doen heeft die hij boven zijn eigen gezondheid stelt. Zijn volledig normale bloedbeeld klopt zeldzamerwijze totaal niet met de diagnose, waardoor de arts het de Grönings toestaat nog een week naar Duitsland te gaan. Josette kan aan haar man op de terugreis niet merken dat hij uitgeput noch dat hij teneergedrukt is. Bruno Gröning rijdt zelf en bij een tussenstop bij vrienden eet hij met grote trek.

Tijdens de volgende dagen bereidt hij de Kerstvieringen van de gemeenschappen voor. Op 4 december spreekt hij een band in, die elke viering afgespeeld moet worden. In deze laatste voordracht legt hij nog eens de beginselen van zijn leer uit er verontschuldigt zich er meermaals voor dat hij ondanks zijn vaste toezegging niet kan verschijnen. Behalve Erich Pelz, die hij met de band naar de vrienden stuurt, weet niemand iets van zijn toestand. 

Aan hem laat hij de röntgenfoto van zijn maag zien waarop een kleine en een grote zwarte plek zijn te zien en zegt dat de kleine plek het slechte is wat hij van de mensen afneemt. Dat is niet erg, dat zou hij weer vlug kwijt zijn. Maar die grote, dat was het slechte van de mensen, het genezingsverbod en de daarmee verbonden gang van zaken. En dat zou door mensenhanden weer verwijderd moeten worden.

Daarna rijdt hij met Josette weer naar Parijs naar de Clinique Henner. Dr. Grobon heeft de daar werkzame kankerspecialist Dr. Bellanger geïnformeerd, die Bruno Gröning op 8 december zal opereren. Maar bij het openen van zijn maag ziet het er nog veel slechter uit dan de artsen vermoed hadden. Het ziet eruit als was de maag verteerd. In dit stadium is geen operatie meer mogelijk en de artsen sluiten de wond weer direct. Het is niet te begrijpen dat Bruno Gröning verder een goede eetlust heeft, terwijl patiënten met een soortgelijke diagnose ieder voedsel uitbraken.

Enkele dagen later staat hij alweer op en verrast de artsen met gymnastiek en oefeningen. Hij moest het verplegend personeel moed inspreken en ook nu verliest hij zijn humor niet.
Korte tijd na de operatie rijdt hij met Josette weer terug naar Plochingen en zit hij ook deze reis weer zelf achter het stuur. Kerstmis brengt hij thuis door.

Midden januari 1959 komt hij met de voorzitters van de nieuwe vereniging, Pelz en Loy, bijeen en bespreekt de verdere opbouw van de gemeenschappen met hen. Beiden hebben ze geen vermoeden dat ze Bruno Gröning nooit meer zullen zien en begrijpen de ernst niet waarmee hij hen op verschillende dingen wijst. Hij geeft zich drie dagen lang, met alle geduld de moeite hun duidelijk te maken hoe hij wil hoe het werk wordt geleid; hij stoot echter op onbegrip. Tenslotte laat hij alles aan ze over en schikt zich in het noodlot nu alles te moeten loslaten wat hij in zijn leven heeft opgebouwd.

Op 21 januari 1959 vliegt hij weer naar Parijs. Eén dag later wordt er om negen uur ’s morgens weer geopereerd. Vanwege een darmafsluiting is er een nieuwe ingreep nodig. Op hetzelfde uur wordt er in het Paleis van Justitie in München de behandeling van beroep in cassatie weer geopend. De Parijse artsen leggen zich erbij neer: het ziet eruit of de buikholte verbrand is. De volgende dagen heeft Bruno Gröning volledig normale temperatuur, normale pols- en bloeddruk. Hij staat nog twee keer kort op en verliest dan op 25 januari zijn bewustzijn. De volgende nacht worden de eerste tekenen van de naderende dood zichtbaar.

Op 26 januari 1959 om 13.46 uur sterft Bruno Gröning op 52 jarige leeftijd in Parijs.

Dr. Bellanger kan dat, wat hij bij Bruno Gröning heeft gezien, niet als kanker identificeren, schrijft dat echter wel in de overlijdensverklaring omdat ‘dood door onbekende oorzaak’ alleen maar aanleiding zou geven voor verder geklets.  Bruno Grönings lichaam wordt voor een gemakkelijker overtocht naar Duitsland gecremeerd en in Dillenburg bijgezet.

Het geval Gröning lijkt hiermee voorgoed voorbij.

‘De mens,
hij komt en vergaat,
zoals de bloemen,
zoals de bomen,
zoals de struiken,
Het een wordt door het andere afgelost..
Nu houdt u wacht op deze aarde. (…..)

Van tijd tot tijd wordt men afgelost – ik ook .”

donderdag 24 december 2015

Fragmenten uit kersttoespraak van Bruno Gröning






'Ik weet dat de mensen het als iets vanzelfsprekends hebben aangenomen. Het is nu eenmaal Kerstfeest en dan worden er mooie Kerstliederen gezongen.

Jullie denken ook aan cadeaus van jullie naaste familieleden en dat jullie er ook op rekenen dat jullie ook cadeaus zullen krijgen. Ik weet, dat je je gelukkig voelt dat je ook een gever bent, dat je je naasten met aardse cadeaus gelukkig gaat maken.

Wel, mijn lieve vrienden, wij mogen het geheel, het grote, het Goddelijke niet onderschatten. God heeft ons meer dan alleen een aards geschenk gegeven. En daarom moeten wij weten wat God voor ons is, en wat wij voor Hem zijn. Wel, het geschenk dat God ons heeft gegeven - ik zou ook kunnen zeggen dat het ook een puur aards geschenk is -  is dat Hij ons zijn Zoon stuurde, die ons de weg heeft gewezen die wij tijdens ons bestaan op aarde  hebben te gaan.

Hij heeft ons een grote levenstaak gegeven. Hij heeft ons zoveel in ons aardse leven ingebracht, dat we het allemaal zelf, ook als individu gezien, in praktijk moeten brengen. Dat is onze weg, mijn lieve vrienden, en geen andere!

Ik weet dat jullie nu zullen zeggen: “Ja, hoe moet je dat dan doen?” Het hoe hoef ik jullie vandaag niet te herhalen; ik heb het jullie al zo vaak laten weten welke weg we moeten gaan, op welke weg we ons bevinden, want dat zou toch iedereen zelf moeten voelen, want vele vrienden van onze vriendenkring hebben het goede gevoel dat ze weer echt een levensblij en positief mens zijn. Ze zijn tot de overtuiging gekomen dat het leven dat zij tot dan toe leidden toch niet het juiste was, en dat ze zich nooit zo goed voelden als nu, nu ze goede woorden horen en nu ze deze goede woorden ook ter harte hebben genomen, in zich opgenomen hebben en ook alles deden wat ze aan zichzelf en ook aan hun naasten verschuldigd waren.

 Ik moet het herhaaldelijk zeggen:” Hij zond Zijn Zoon!” En Hij werkte door Hem. En Hij wees ons door Christus de weg! Hij heeft ons toch meer dan slechts een aards geschenk gegeven! Het is een persoonlijk cadeau. Natuurlijk verwacht God van ons werkelijk dat wij dit, Zijn geschenk, in ons opnemen. En ik vraag jullie nu: “Hebben jullie het niet nodig?” Of geloven jullie nog niet in de Goddelijke orde? Of misschien geloven jullie dat er zelfs bij God de wanorde heerst? 

En nogmaals, lieve vrienden, wens ik jullie alle liefs en goeds. Beleef deze viering precies zo, zoals ieder mens deze zou moeten beleven en ik wens ook hetzelfde, zoals het Gods wil is, dat het ieder mens goed gaat op deze, Zijn aarde.'


Op de band ingesproken in 1957


zondag 15 november 2015

Extra aandacht en gebed voor onszelf en onze medemensen

 Lieve mensen,
Deze zondag  extra aandacht en gebed voor onszelf en ons medemensen,
opdat we ons niet laten meeslepen door onze angsten, pijn en vertwijfeling over de uitbarsting van geweld en publiciteit.
Dat we vanuit het Hoogst mogelijke en meest Liefdevolle mogen vragen om
wijsheid en inzicht en liefde voor onze medemensen, onszelf en voor onze aarde,
en in het bijzonder voor alle wereldleiders.
Dank!



donderdag 12 november 2015

Gebed om vertrouwen




Lieve God,

Vaak is het leven zo verwarrend en doet het zoveel pijn.
Vaak begrijp ik niet waarom alles gaat zoals het gaat.
Daarom bid ik U:
laat mij stil worden van binnen-
en laat mij die stille kern van binnen voelen,
waar Uw stem tot mij spreekt.
Als ik dat punt van rust binnen ga, dan zal ik het weer weten:
dat Uw nieuwe wereld dwars door het donker heen geboren wordt
en dat er niets, maar dan ook niets toevallig is, omdat alles past in Uw plan.
Laat mij de weg vinden tot in het hart van dat weten
 en vervul mij met een warm vertrouwen in U.  


Amen

zondag 11 oktober 2015

Boek over spontane genezing



Op de site a Healthy Life.nl las ik onderstaande boekbespreking van Juglen Zwaan. Niets nieuws onder de zon, maar het is wel fijn dat een groter publiek er kennis van neemt en hopelijk op zoek gaat en de weg vindt.
Beste lezer,

Deze week heb ik het boek Radicale Remissie van Dr. Kelly Turner gelezen. Ik wil in deze nieuwsbrief graag wat inzichten uit dit boek met je delen. Wanneer een kankerpatiënt spontaan geneest, spreken we ook wel van een radicale remissie. De ziekte is dan op mysterieuze wijze verdwenen. Althans, dat zeggen de artsen. Dr. Kelly Turner is gespecialiseerd in het begeleiden van kankerpatiënten en heeft onderzocht wat bij deze mensen tot de spontane genezing geleid zou kunnen hebben.

Toen op een dag een 31-jarige moeder met een vergevorderd stadium van borstkanker in huilen uitbarstte en vroeg wat ze ertegen kon doen, beloofde Dr. Kelly Turner haar om dit tot op de bodem uit te zoeken. Ze is een groot onderzoek gestart en heeft meer dan duizend gevallen van spontane genezing in kaart gebracht. Het blijkt dat bijna elke oncoloog wel gevallen van spontane genezing heeft meegemaakt, maar dat ze hierover zwijgen. Zij hebben geen interesse in de achtergrond en noemen het toeval. De reden dat deze artsen zwijgen is dat ze geen valse hoop willen geven. Negeren lijkt mij persoonlijk ook niet in het belang van de patiënt. Ik denk dat we veel kunnen leren van mensen die spontaan zijn genezen. Wat hebben zij gedaan waardoor zij genezen zijn?

Dr. Kelly Turner zag in haar onderzoeken 57 factoren die regelmatig terugkwamen. Van deze 57 factoren bleken er 9 telkens terug te komen bij elke persoon die genezen was.

Deze 9 sleutels zijn: 
het verdiepen van je spirituele verbinding;
het in eigen hand nemen van je gezondheid;
het volgen van je intuïtie;
het loslaten van onderdrukte emoties;
het versterken van positieve emoties;
het omarmen van sociale ondersteuning;
het radicaal veranderen van je voedingspatroon;
het gebruiken van kruiden en supplementen.


zaterdag 10 oktober 2015

Bruno Gröning over ziektes, de orde en de wanorde


'Niet het lichaam is ziek, maar de geest, de mens zelf. En deze neemt immers al deze ziekten, al deze storingen in zijn lichaam op die dan vervolgens tot ziekte worden. Het woord `ziekte` gebruik ik anders niet, het is echter de wanorde. Jullie zeggen `ziekte´. En zo hoopt zich alles in het lichaam op en dan komt het ongeloof. De mens twijfelt, hij gelooft niet dat hij de orde weer terug kan verkrijgen als hij er zelf aan werkt, als hij er zelf is. Anders zijn jullie toch ook zo slim en wijs. Jullie weten dat als je honger hebt en ik zou voor je eten, zou je dan verzadigd zijn?'

vrijdag 9 oktober 2015

Bruno over zijn eerste kinderjaren




Al sinds mijn kinderjaren stelde ik vast dat de goede goddelijke weg bijna leeg was, slechts af en toe trof ik een goed mens. Dit deed mij zeer verbaasd staan. Ik ging verder en verder en moest ver het bos in. Hier kwam ik geen mensen tegen, daarentegen des te meer dieren, allerlei dieren. Deze waren aanvankelijk erg angstig, wat me eveneens zeer versteld deed staan.

Eerst nu kreeg ik het inzicht tussen goed en kwaad. Ik ging steeds verder en heb hierbij een zeer duidelijk beeld. De natuur, de dieren, ik en de mensen zag ik als een goddelijk wezen op deze aarde, die ik goddelijk ervoer. Hierbij kreeg ik de gedachte: ‘God’ en zei zo voor mij uit: ‘God, hoe goed is het toch bij jou, hier wil ik altijd blijven. Thuis, bij mijn ouders, net zo als bij andere mensen, is het niet zo mooi, ook niet zo rustig. De meeste mensen zijn erg slecht. Hier wil ik blijven en hier hoef ik de slechte mensen niet meer te vrezen’.

Toen werd het mij duidelijk dat de dieren zich ook vanwege de slechte mensen hier in het bos ophouden. Het duurde niet lang of ik voelde me geborgen, beter dan thuis bij mijn ouders, want hier was ik niet zo alleen. De dieren waren plotseling niet schuw meer, werden zeer vertrouwelijk, kwamen naar me toe, lieten zich aaien. Ik sprak met alle dieren. Kortom, we konden het goed met elkaar vinden, ze begeleidden me door het bos en we werden steeds dikkere vrienden.

Zo verbleef ik enige dagen en nachten in het bos, totdat de mensen mij oppakten en mij naar mijn ouders brachten. Ik kreeg veel harde klappen en werd bovendien in een kamer opgesloten. Om de klappen heb ik nooit kunnen huilen, daar ik de klappen niet als pijn ervoer, hoewel m’n lichaam soms bont en blauw was. In ieder geval duurde de gevangenschap in mijn ouderlijk huis niet lang, daar ik mij heel gauw en vaak hieruit bevrijdde. Het woud en mijn vrienden, de dieren, waren zo sterk dat ik er steeds meer naar toe getrokken werd. Ondertussen kwam in het bos vaak de gedachte in me op: zijn de mensen ook niet je vrienden? Ja, waarom loop ik altijd van de mensen weg. Weer een inzicht: dieren vrezen het kwade in de mens, maar ik was niet bang, want ik ben sterker dan het kwade. Dat ik sterker ben, wil ik alle mensen laten zien. Hoe klein ook mijn lichaam was, toch voelde ik mij eenvoudig sterker dan alle mensen.

Van toen af aan, mijn lichaam was goed 2½ jaar oud, trok het mij naar mensen die door het kwaad waren overmeesterd. Het kwade had het lichaam afgebroken, wat de mensen ziekte noemen, afgetakeld, en weer kwam een gedachte bij me op als ik voor een ziek mensenlichaam stond: ‘Uit het lichaam van veel dieren is toch de ziekte verdwenen als ik zachtjes voor me uit zei: ”lief diertje, je zal spoedig weer een gezond lichaam hebben’’.’ En zo gebeurde het ook. Bij mensen is het toch niet anders. Als de gedachte bij mij vastlag, kwam het lichaam van de mens vrij van alle kwalen. Zo werd ik voortdurend direct door zieken aangetrokken, want in alle woningen, waar ik plotseling opdook, ware zieke mensen tegen wie ik steeds alleen zei: ‘je bent niet ziek meer’. Ofwel als sommigen zeiden: ‘Hij gaat dood’, dan zei ik kort: ‘Nee, hij gaat nog lang niet dood, gezond zal hij worden’.


Bij iedere zieke was ik maar heel kort. Terwijl ik de zieke naderde, zei ik hem kort en zachtjes dat wat ik al vertelde en daarop verdween ik iedere keer weer bliksemsnel.Vanaf deze tijd is uit de gedachten ook het inzicht, het geloof ontstaan en dat heeft wortel geschoten, is steeds groter en sterker geworden, dat beslist niemand mij nu kan afnemen.

Bruno Gröning 1949